Gemeenten en kansspelen

Gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet op de kansspelen (Wok). Zij verlenen vergunningen voor kansspelautomaten in horeca en speelautomatenhallen en houden zij toezicht op de naleving van de regels.

De Kansspelautoriteit (Ksa) werkt hierbij samen met gemeenten, onder meer bij toezicht, handhaving en het uitwisselen van informatie. Op deze pagina vindt u informatie over de taken en verantwoordelijkheden.

Wegwijzer speelautomaten gemeenten

Om gemeenten te ondersteunen bij hun taken heeft de Ksa de Wegwijzer speelautomaten voor gemeenten ontwikkeld.

De wegwijzer is een actueel en gebruiksvriendelijk naslagwerk dat helpt bij het toepassen van wet- en regelgeving in de praktijk. Hierin staat onder meer:

  • welke vergunningen nodig zijn voor speelautomaten en speelautomatenhallen;
  • hoe toezicht en handhaving zijn ingericht;
  • hoe de taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen gemeenten en de Ksa;
  • hoe om te gaan met illegaal kansspelaanbod;
  • welke regels gelden voor verslavingspreventie en zorgplicht.

De wegwijzer wordt regelmatig geactualiseerd. Raadpleeg daarom altijd de meest recente versie.

Verdere taken gemeenten bij kansspelen

Vergunning loterij prijzengeld minder dan 4.500

Gemeenten verlenen vergunningen voor loterijen als de prijzen en premies bij zo’n loterij minder bedragen dan 4.500 euro.  Is de waarde van de prijzen en premies hoger, dan is de Kansspelautoriteit bevoegd om een vergunning te verlenen.

Melding klein kansspel bij gemeenten

Voor het organiseren van een bingo of een ander vergelijkbaar ‘klein kansspel’ - de term zoals die wordt gebruikt in artikel 7 van de Wet op de kansspelen - is geen vergunning nodig.

  • Een klein kansspel moet minstens 14 dagen van tevoren zijn aangemeld bij de betreffende gemeente.
  • Er gelden ook andere voorwaarden waar de gemeente op toe moet zien.

Een gemeente kan een klein kansspel verbieden, bijvoorbeeld als het aannemelijk is dat persoonlijk voordeel een rol speelt. Ook kan een gemeente handhaven als niet wordt voldaan aan de door de gemeente gestelde voorschriften.

Integriteitsonderzoek

De Kansspelautoriteit voert bij exploitatievergunningen voor speelautomaten integriteitsonderzoek uit. Het gaat er dan vooral om of sprake is van slecht levensgedrag of een gevaar op grond van de Wet Bibob. Gemeenten voeren vergelijkbaar onderzoek uit bij aanwezigheids- en horecavergunningen.

De Kansspelautoriteit kan gemeenten om (persoons)gegevens vragen ten behoeve van deze integriteitsbeoordelingen en zo ondermijning tegengaan. Deze gegevensverstrekking is geregeld in het Reglement gegevensbeheer Kansspelautoriteit Gemeenten zijn niet alleen bevoegd, maar zelfs verplicht om gegevens aan de Kansspelautoriteit te verstrekken wanneer daar om gevraagd wordt (artikel 2.1, onder p).

Contact

Attentie 

Heeft u vragen? Wilt u een mogelijke overtreding melden of heeft u informatie (nodig) voor een concrete zaak? 

Neem contact op via info@kansspelautoriteit.nl.

Vragen over verlenen aanwezigheidsvergunning

Voor kermisautomaten is in de Wet op de kansspelen een uitzondering gemaakt (het zogenoemde ‘kermisregime’). Hierdoor is het toezicht op kermisautomaten vanuit de Wet op de kansspelen (Wok) zeer beperkt.

Sommige gemeenten hebben in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) geregeld dat er voor het mogen neerzetten van kermisautomaten ofwel voor het vestigen van een arcadehal een vergunning van de gemeente nodig is. In andere gemeenten is op basis van de APV hier juist geen vergunning voor nodig. Gemeenten kunnen ook regelen dat voor een arcadehal een exploitatievergunning nodig is.

De Raad van State deed in 2016 uitspraak over schaarse vergunningen,  de praktijk waarbij er een beperkt aantal vergunningen wordt verleend, in dit geval voor de vestiging van een speelautomatenhal. De hoogste bestuursrechter zegt dat bij de verdeling van deze vergunningen potentiële gegadigden gelijke kansen moeten krijgen. De procedure moet transparant zijn. 

Uit de uitspraak blijkt verder dat een gemeente beperkingen mag stellen aan de mogelijkheid tot mededinging, maar mededinging niet volledig mag uitsluiten. Dat wil zeggen dat een gemeente in een verordening niet slechts één pand mag aanwijzen waar een speelautomatenhal zich mag vestigen. De gemeente mag wel een bepaald gebied aanwijzen. Meer uitleg hierover op de site van de Raad van State.

In de praktijk worden soms vergunningen verleend met een looptijd van 15 jaar, maar soms ook voor 5 of 10 jaar. De Kansspelautoriteit ziet dat er een ontwikkeling is naar vergunningen met een beperkte duur. Tegelijkertijd is er de constatering dat investeringen op het gebied van verslavingspreventie achterwege blijven als een vergunning voor relatief korte duur is, omdat de periode om investeringen terug te verdienen dan kort is.

De Raad van State zegt in een uitspraak over schaarse vergunningen dat de duur van de vergunning redelijk moet zijn gezien de benodigde investeringen. Tegelijkertijd mag de duur van de vergunning niet te lang zijn met het oog op het gelijkheidsbeginsel. Gemeenten zitten hierdoor in een lastige positie. De Kansspelautoriteit vindt dit zorgelijk en dringt er bij gemeenten op aan oog te hebben voor het feit dat hoe korter de duur van een vergunning is, des te meer spanning er komt te staan op investeringen die kansspelverslaving moeten voorkomen.

De Wet op de kansspelen bepaalt dat de aanwezigheidsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt verleend, en bevat geen beperkingen aan de looptijd.

Een gemeente mag alleen een aanwezigheidsvergunning verlenen aan een inrichting met een DHW-vergunning, en is verplicht de aanwezigheidsvergunning in te trekken als er geen DHW-vergunning meer van kracht is. 

Als gemeente gaat u dus voortdurend na of er geen aanwezigheidsvergunningen bestaan zonder bijbehorende DHW-vergunning.

Om de uitvoeringslasten voor de gemeente te beperken, wordt aangeraden de  aanwezigheidsvergunning van rechtswege te laten vervallen als de DHW-vergunning voor de betrokken inrichting niet meer van kracht is.

Vragen over speelautomaten in de horeca

Ja dat klopt. Daaronder wordt verstaan een ‘geheel van warme gerechten die ten minste bestaan uit de volgende drie, niet met elkaar gemengde bestanddelen: vis, vlees, gevogelte of wild (eventueel te vervangen in geval van een vegetarisch menu); groente; en aardappelen, rijst of meelspijzen’. De Wet op de kansspelen is echter van 1964; algemeen geaccepteerd is dat er een categorie restaurants is die geen traditionele maaltijden serveren, maar die toch als restaurant zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen kunnen worden beschouwd. Een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten mag daarom in beginsel niet worden geweigerd omdat er geen driecomponentenmaaltijd wordt geserveerd. De andere criteria voor hoogdrempelig zijn:

  • een vergunning in het kader van de Drank- en Horecawet;
  • geen andere activiteiten ontplooien dan café of restaurant;
  • en de activiteiten moeten in belangrijke mate gericht zijn op personen ouder dan 18 jaar.

Aan al deze criteria moet worden voldaan om als hoogdrempelig te kunnen worden bestempeld.    

De snackbar, een sportkantine en het jeugdcentrum zijn de bekendste laagdrempelige gelegenheden. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven, op een aantal rechtsterreinen de hoogste bestuursrechter, heeft een keur aan uitspraken gedaan waaruit blijkt wat nog meer laagdrempelige inrichtingen zijn. Een opsomming: een restaurant met een mogelijkheid tot afhalen; een café met biljart- en snookeractiviteiten; restaurant met bowling; discotheek; kantine/snackbar op campingterrein; kegelhuis; coffeeshop; broodjeszaak; lunchroom; grill-room; shoarmazaak; petit-restaurant; snookercentrum; sportcomplex; café/cafetaria; café/discotheek; gemeenschapscentrum/zalenverhuur; café/gemeenschapshuis; café/sport-evenementenhal; café/sporthal; restaurant/vergaderzaal/zwembad; cafetaria/zwembad; café/restaurant met afhaalgedeelte; kantine in sporthal; café/snookercentrum; café/restaurant/bowling; café/kegelcentrum; sporthallen/café/restaurant; tennishal/café; café/restaurant/bowlingzaal/biljartruimte; hotel/restaurant/winkel; sportcentrum met bar/restaurant/dansschool; café/camping; café/petit-restaurant; sporthal/zwembad/café.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten schrijft in een brief aan het ministerie van Veiligheid en Justitie (18 april 2017, kenmerk ECLBR/U2017/1700285) dat deze rechtspraak ‘voldoende houvast biedt’ om aanvragen voor het mogen plaatsen van kansspelautomaten in genoemde gelegenheden af te wijzen.

Nee, dat mag niet. Een restaurant mag wel reclame maken voor zijn gerechten, maar niet voor de eventuele aanwezigheid van kansspelautomaten. Hetzelfde geldt voor een café: reclame voor het café mag, maar niet voor de kansspelautomaten die daar staan opgesteld.

Er moet toezicht gehouden kunnen worden. Kansspelautomaten moeten daarom staan op een plek waar het personeel goed zicht heeft op de automaten.

Een samengestelde inrichting is een laagdrempelige inrichting waarbinnen afgescheiden delen hoogdrempelig zijn. Het doel van deze afscheiding is te voorkomen dat bezoekers van het laagdrempelige deel gedwongen worden het hoogdrempelige deel te betreden, en zo met kansspelautomaten in aanraking komen. De ratio achter dit onderscheid is het streven om kansspelautomaten uit de buurt te houden van plaatsen waar jongeren eenvoudig binnenlopen of die veelvuldig door jongeren bezocht worden.

Twee voorwaarden

In het hoogdrempelige deel van een samengestelde inrichting mogen kansspelautomaten staan onder twee voorwaarden:

  • er moet voldoende afscheiding zijn tussen het laagdrempelige en hoogdrempelige gedeelte. Een plantenbak of een laag hekje ter afscheiding is niet genoeg. Wat wel genoeg is, is ter beoordeling van de gemeente;
  • het laagdrempelige deel moet op zichzelf staan. Dit wil zeggen dat voor toiletbezoek, het bereiken van de garderobe, het betalen van de rekening et cetera het betreden van het hoogdrempelige deel niet noodzakelijk is.