Soorten speelautomaten

Een speelautomaat wordt als volgt gedefinieerd. Het is:

  • een toestel ingericht voor de beoefening van een spel;
  • dat door de speler in werking wordt gesteld; en
  • dat bestaat uit een mechanisch, elektrisch of elektronisch proces;
  • waarbij het resultaat kan leiden tot de uitkering (direct of indirect) van prijzen of premies, inclusief het recht om gratis verder te spelen.

Er zijn 3 typen speelautomaten:

Kansspelautomaat

Bij een kansspelautomaat, bijvoorbeeld een fruitautomaat, heeft de speler geen invloed op de uitkomst van het spel: winst is toeval. Winst kan leiden tot de uitbetaling van geld, het recht om gratis verder te spelen of andere prijzen. Er zijn drie typen kansspelautomaten: casino-automaten, speelhalautomaten en horeca-automaten. De wet stelt, afhankelijk van waar ze staan opgesteld, verschillende eisen aan kansspelautomaten.

Speelautomaat

Max inworp per spel

Uitkerings-percentage

Max gemiddeld uurverlies

Min tijd tussen spelen

Max uitbetaling

Horeca

€ 0,20

≥ 60%

€ 40

3,5 seca

200 keer inzet

Speelhallen (enkelspelers)

€ 0,20

≥ 60%

€ 40

3 sec

200 maal inzet b

Speelhallen (meerspelers)

€ 8

≥ 60%

€ 40

Afhankelijk van de inworp, verhouding gelijk aan €0,20 per 3 sec

200 maal inzet b

Casino

€ 150

≥ 80%

onbeperkt

3 sec

onbeperkt

Bron: Beschikking casinospelen 1996, Speelautomatenbesluit 2000

  1. a) Gemiddeld ten minste 4 sec
  2. b) Uitzondering hierop vormt het jackpotsysteem, waarbij maximaal € 2500 uitgekeerd mag worden

Behendigheidsautomaat

Bij een behendigheidsautomaat, bijvoorbeeld een flipperkast, heeft de speler invloed op het verloop van het spel. Spelers kunnen bij een behendigheidsautomaat alleen een verlengde speelduur of een gratis spel winnen (als er andere prijzen gewonnen kunnen worden is het automatisch een kansspelautomaat).

Kermisautomaat

Een kermisautomaat, zoals een grijpkraan, keert geen geld uit, maar wel andere vormen van prijzen, zoals waardebonnen of goederen in natura. Die mogen een waarde vertegenwoordigen van maximaal 40 keer de inzet. Als er twijfel is over de vraag of een automaat een kermisautomaat is, moet de aanbieder aantonen dat het om een kermisautomaat gaat. Voor kermisautomaten wordt in de Wet op de kansspelen, het juridisch kader van de Kansspelautoriteit, een uitzondering gemaakt. Hierdoor is er geen exploitatievergunning nodig. Gemeenten bepalen waar kermisautomaten mogen worden opgesteld en opereren daarbij niet op dezelfde wijze. Kermisautomaten staan vaak, behalve op kermissen, in een zogenoemde arcadehal.

Spelletjescomputers (zoals Palystations, Xboxes, Nintendo’s et cetera) zijn alleen toegestaan als:

  • Er niet voor deelname hoeft te worden betaald;
  • Het resultaat bepaald wordt door behendigheid, dat wil zeggen dat de speler heel veel invloed heeft;
  • Er geen prijs of premie kan worden gewonnen anders dan ‘verlengde speelduur’ of ‘het recht op gratis spellen’.