Boetes innen in het buitenland: Wanneer komt er een Europese oplossing?

29 juni 2017

Wie in een ander Europees land te hard rijdt, krijgt een boete in de brievenbus die hij moet betalen. Dat zou ook moeten gelden voor een (online) kansspelaanbieder die in een ander land een vergunning heeft, maar zonder Nederlandse vergunning aan Nederlandse spelers kansspelen aanbiedt. De boetes die de Kansspelautoriteit hiervoor oplegt, kan ze tot op heden echter niet dwingend innen. Een doorn in het oog van de Kansspelautoriteit, die nog voor 1.160.000 euro aan boetes in het buitenland heeft uitstaan. Een gesprek met directeur Marja Appelman en Robert Biegel, coördinerend adviseur internationale zaken, van de Kansspelautoriteit.

“We willen onze eigen wet- en regelgeving effectief handhaven en boetes zijn het sluitstuk van ons handhavingsbeleid. Dat houdt voor ons nu op bij de Nederlandse grens, omdat onze bevoegdheden niet grensoverschrijdend werken. En dat is wat ons steekt”, zegt Marja Appelman. De kansspelmarkt is een internationale markt. De Europese Commissie erkent het grensoverschrijdende karakter ervan, zeker nu online gokken zo’n vlucht neemt. Illegale online gokpraktijken ondermijnen Europese rechtstaten en kunnen Europese consumenten schaden. Desondanks ontbreekt het Europese lidstaten aan voldoende juridische middelen om hiertegen op te treden. De meeste lidstaten hebben dan ook moeite met het grensoverschrijdend innen van boetes.

Afzetmarkten in Europa zijn lucratief

“Online gokbedrijven gaan veelal op zoek naar lucratieve afzetmarkten, voornamelijk in landen met een relatief hoog inkomen per hoofd van de bevolking, zoals het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen en Nederland”, vervolgt Appelman. “In Nederland is het aanbieden van online gokken illegaal. Er ligt een wetsvoorstel in de Eerste Kamer om online gokken te legaliseren. Diverse gokbedrijven wachten geduldig tot het zover is. Andere bedrijven doen dat niet en bieden nu illegaal online gokken aan in Nederland. Daar treden we tegen op.”

Er zijn natuurlijk bedrijven die vrijwillig hun boete betalen, mogelijk omdat zij later in aanmerking willen komen voor een vergunning in Nederland zodra de wet kansspelen op afstand van kracht is. “Maar bij andere bedrijven zouden we dwingend een boete moeten kunnen innen als onze wet- en regelgeving wordt overtreden.”

Een Europees instrument, graag!

Een Europese aanpak is hard nodig, maar is ook lastig. Er bestaat immers geen Europese kansspelmarkt, analoog aan bijvoorbeeld de Europese financiële markt. Dus is er ook geen Europese vergunning of een bindend Europees handhavingsinstrument.

En om het innen van boetes in het buitenland mogelijk te maken, is zo’n Europees instrument van groot belang. Dat vraagt om een nieuw wetgevingsinstrument of om aanpassing van een bestaand instrument, zoals het EU-Kaderbesluit 2005/214/JBZ over wederzijdse erkenning van geldelijke sancties. “Hoe dan ook een lang traject, dat al gauw enkele jaren in beslag kan nemen”, aldus Appelman, “en daar kunnen we eigenlijk niet op wachten. Dus kiezen we nu voor een pragmatische aanpak met de instrumenten die we al wel hebben. Ik vind dat je creatief moet zijn en niet moet afwachten.”

Pragmatische aanpak: dubbele dialogen

Die creatieve, pragmatische aanpak krijgt uiting in de zogenoemde “Dubbele dialogen” die Robert Biegel bij zijn Europese collega-toezichthouders introduceerde. De naam verwijst naar de twee gesprekken die worden gevoerd om beboete buitenlandse partijen over te halen de boete vrijwillig te betalen. Het eerste gesprek vindt plaats tussen twee toezichthouders, en heeft als doel de collega-toezichthouder te informeren over de overtreding van zijn vergunninghouder. Daarop vindt een tweede gesprek plaats, nu tussen de collega-toezichthouder en zijn vergunninghouder. Die toezichthouder kiest zelf de aanpak, maar de strekking moet wel zijn dat de toezichthouder de buitenlandse overtreding van zijn vergunninghouder afwijst en dat voortzetting van die activiteiten in de toekomst mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de vergunning in dat land. Via deze getrapte aanpak zal Nederland mogelijk boetes kunnen innen.

Cooperation Arrangement

Belangrijk in deze samenwerking met andere toezichthouders is de ‘Cooperation Arrangement’ die in november 2015 is getekend tussen de Europese toezichthouders. Deze overeenkomst voorziet in een kader om informatie met elkaar te delen, ook over oplegde boetes en andere sancties. “We willen een zo groot mogelijk gebied erbij betrekken: naast EU-lidstaten, ook de landen van de Europese Economische Ruimte en Europese jurisdicties die niet lid zijn van de EU of de EER, zoals de eilanden Alderney, Jersey en Isle of Man”, vertelt Biegel. “Met hen maken we bilaterale afspraken volgens de lijnen van het Cooperation Arrangement en de Dubbele dialogen.” Met het oog daarop is het probleem van grensoverschrijdend innen van boetes in groter Europees verband besproken tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Gaming Regulators European Forum (GREF), die in mei 2017 plaatsvond.

“Met ons gezamenlijk optreden als Europese toezichthouders laten we de internationale aanbieders zien dat we streven naar een veilige en eerlijke kansspelmarkt in Europa, waarin nationale wet- en regelgeving moeten worden gerespecteerd”, aldus Appelman. “Maar daadwerkelijk boetes innen in het buitenland vormt een probleem dat vraagt om een Europese oplossing. Het wordt tijd dat die er komt!”


Robert Biegel
Marja Appelman

Fotografie: Gerhard van Roon