Ksa ondersteunt gemeenten met vernieuwde Wegwijzer Speelautomaten

De Kansspelautoriteit (Ksa) heeft de Wegwijzer Speelautomaten voor Gemeenten bijgewerkt. De wegwijzer geeft gemeenten praktische handvatten voor toezicht en handhaving op kansspelen zoals bijvoorbeeld speelautomaten. De Ksa heeft voor de actualisatie samengewerkt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en met medewerkers van verschillende gemeenten gesproken. Hieruit bleek dat zij vooral behoefte hebben aan meer duidelijkheid over illegale kansspelen en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten en de Ksa.

Aansluiting op de praktijk

De vernieuwde wegwijzer bevat de meest recente wet- en regelgeving en sluit beter aan op de informatiebehoefte van gemeenten. Gemeenten kunnen de wegwijzer gebruiken bij vergunningverlening en exploitatie, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de invulling van de zorgplicht door houders van speelautomaten. Ook worden er handvatten gegeven voor het herkennen van illegaal kansspelaanbod en de rol van de gemeente daarbij.

Gebruik in de praktijk

De Ksa adviseert gemeenten om de wegwijzer actief te gebruiken als standaard naslagwerk bij vraagstukken rondom speelautomaten en soortgelijke kansspelen.

Ella Seijsener, directeur Vergunningen & Toezicht bij de Kansspelautoriteit: 
‘Bij de Kansspelautoriteit zijn we verantwoordelijk voor het grootste deel van het toezicht op kansspelen in Nederland. Dit doen wij risicogestuurd. Daarnaast valt een deel van dit toezicht ook onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Zo geeft de gemeente de aanwezigheidsvergunning af, die ervoor zorgt dat een speelautomaat op een bepaalde plek mag staan en heeft zij de mogelijkheid om op basis van bijvoorbeeld de APV illegale kansspelen aan te pakken. In gesprekken met gemeenten hebben we gezien dat niet altijd duidelijk is hoe ver die verantwoordelijkheid strekt, en dat gemeenten graag meer willen weten over wat er wel en niet mag. Met deze vernieuwde wegwijzer voor speelautomaten helpen wij hen daarbij, zodat zij hun deel van het toezicht beter kunnen uitvoeren.’