Gemeenten en kansspelen

Gemeenten geven aanwezigheidsvergunningen voor kansspelautomaten af en zijn medeverantwoordelijk bij het houden van toezicht op speelautomaten. Daarnaast wisselen gemeenten en de Kansspelautoriteit gegevens uit ten behoeve van integriteitsbeoordelingen en de aanpak van ondermijning.

Toezicht en bestuurlijke boete

Op de naleving van de in aanwezigheidsvergunningen gestelde voorwaarden houdt de gemeente toezicht. Dit toezicht kan door de politie, maar ook door gemeenteambtenaren worden uitgevoerd.

De burgemeester kan een bestuurlijke boete opleggen als:

  • een kansspelautomaat zonder een aanwezigheidsvergunning is geplaatst
  • voorschriften genoemd in de vergunning worden overtreden
  • de houder van de aanwezigheidsvergunning personen jonger dan 18 jaar laat spelen

Gezamenlijk toezicht

Kansspelautoriteit en gemeenten houden samen toezicht op:

  • Zorgplicht: kansspelaanbieders houden spelers in de gaten en grijpen in indien nodig, sluiten spelers uit en verwijzen naar zorg
  • Werving, reclame en verslavingspreventie

De Kansspelautoriteit houdt toezicht op de technische aspecten van speelautomaten. Daarom treden Kansspelautoriteit en gemeenten vaak gezamenlijk op bij controleacties.

Sinds 1 april 2021 heeft de Kansspelautoriteit in het kader van bestuursrechtelijke handhaving de wettelijke bevoegdheid om goederen in beslag te nemen.

Wet kansspelen op afstand

Om gokverslaving te voorkomen stelt de Wet kansspelen op afstand extra eisen aan aanbieders van risicovolle kansspelen ten opzichte van de huidige wet. Dat betreft dus ook speelautomatenhallen.

Wegwijzer speelautomaten gemeenten

De wegwijzer speelautomaten helpt gemeenten ook onder de nieuwe Wet kansspelen op afstand met:

  • toezicht houden op speelautomaten
  • wet- en regelgeving
  • uitleg over wie precies waar voor verantwoordelijk is

Download de vernieuwde Wegwijzer speelautomaten

Verdere taken gemeenten bij kansspelen

Vergunning loterij prijzengeld minder dan 4.500

Gemeenten verlenen vergunningen voor loterijen als de prijzen en premies bij zo’n loterij minder bedragen dan 4.500 euro.  Is de waarde van de prijzen en premies hoger, dan is de Kansspelautoriteit bevoegd om een vergunning te verlenen.

Melding klein kansspel bij gemeenten

Voor het organiseren van een bingo of een ander vergelijkbaar ‘klein kansspel’ - de term zoals die wordt gebruikt in artikel 7 van de Wet op de kansspelen - is geen vergunning nodig.

  • Een klein kansspel moet minstens 14 dagen van tevoren zijn aangemeld bij de betreffende gemeente.
  • Er gelden ook andere voorwaarden waar de gemeente op toe moet zien.

Een gemeente kan een klein kansspel verbieden, bijvoorbeeld als het aannemelijk is dat persoonlijk voordeel een rol speelt. Ook kan een gemeente handhaven als niet wordt voldaan aan de door de gemeente gestelde voorschriften.

Integriteitsonderzoek

De Kansspelautoriteit voert bij exploitatievergunningen voor speelautomaten integriteitsonderzoek uit. Het gaat er dan vooral om of sprake is van slecht levensgedrag of een gevaar op grond van de Wet Bibob. Gemeenten voeren vergelijkbaar onderzoek uit bij aanwezigheids- en horecavergunningen.

De Kansspelautoriteit kan gemeenten om (persoons)gegevens vragen ten behoeve van deze integriteitsbeoordelingen en zo ondermijning tegengaan. Deze gegevensverstrekking is geregeld in het Reglement gegevensbeheer Kansspelautoriteit. Gemeenten zijn niet alleen bevoegd, maar zelfs verplicht om gegevens aan de Kansspelautoriteit te verstrekken wanneer daar om gevraagd wordt (artikel 2.1, onder p).

Meer weten over de mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie? Heeft u informatie (nodig) voor een concrete zaak? Neem contact op via info@kansspelautoriteit.nl.

Vragen over verlenen aanwezigheidsvergunning

Voor kermisautomaten is in de Wet op de kansspelen een uitzondering gemaakt (het zogenoemde ‘kermisregime’). Hierdoor is het toezicht op kermisautomaten vanuit de Wet op de kansspelen (Wok) zeer beperkt.

Sommige gemeenten hebben in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) geregeld dat er voor het mogen neerzetten van kermisautomaten ofwel voor het vestigen van een arcadehal een vergunning van de gemeente nodig is. In andere gemeenten is op basis van de APV hier juist geen vergunning voor nodig. Gemeenten kunnen ook regelen dat voor een arcadehal een exploitatievergunning nodig is.

Nieuwe wetgeving die sinds 1 april 2021 van kracht is verplicht alle vergunninghouders, dus ook houders van een aanwezigheidsvergunning, om kansspelverslaving zoveel mogelijk te voorkomen. 

Het gaat vooral om aanpassingen op het gebied van verslavingspreventie. 

  • Houders van een aanwezigheidsvergunning moeten sinds 1 oktober 2021 controleren of bezoekers geregistreerd staan in het Cruksregister. Als dat het geval is, moet de toegang geweigerd worden
  • Ook moeten houders van een aanwezigheidsvergunning het speelgedrag van spelers registreren en analyseren
  • Bij (vermoedens van) onmatig speelgedrag moet er een gesprek met de speler plaatsvinden
  • Als er aanleiding is, moet de speler worden geadviseerd tot vrijwillige inschrijving in Cruks
  • Als de speler dit advies niet opvolgt, moet de Kansspelautoriteit worden gewaarschuwd door de houder van de aanwezigheidsvergunning via de kennisgeving problematisch speelgedrag
  • Verder moeten houders van een aanwezigheidsvergunning beleid voor jongvolwassenen ontwikkelen
  • Ook gelden er ten opzichte van de Wet op de kansspelen aangescherpte eisen op het gebied van verslavingspreventiebeleid, onder meer wat betreft de eisen die er worden gesteld aan het personeel

Zie ook Voorkomen verslaving voor zakelijke aanbieders

De Raad van State deed in 2016 uitspraak over schaarse vergunningen,  de praktijk waarbij er een beperkt aantal vergunningen wordt verleend, in dit geval voor de vestiging van een speelautomatenhal. De hoogste bestuursrechter zegt dat bij de verdeling van deze vergunningen potentiële gegadigden gelijke kansen moeten krijgen. De procedure moet transparant zijn. Uit de uitspraak blijkt verder dat een gemeente beperkingen mag stellen aan de mogelijkheid tot mededinging, maar mededinging niet volledig mag uitsluiten. Dat wil zeggen dat een gemeente in een verordening niet slechts één pand mag aanwijzen waar een speelautomatenhal zich mag vestigen. De gemeente mag wel een bepaald gebied aanwijzen. Meer uitleg hierover op de site van de Raad van State.

In de praktijk worden soms vergunningen verleend met een looptijd van 15 jaar, maar soms ook voor 5 of 10 jaar. De Kansspelautoriteit ziet dat er een ontwikkeling is naar vergunningen met een beperkte duur. Tegelijkertijd is er de constatering dat investeringen op het gebied van verslavingspreventie achterwege blijven als een vergunning voor relatief korte duur is, omdat de periode om investeringen terug te verdienen dan kort is.

De Raad van State zegt in een uitspraak over schaarse vergunningen dat de duur van de vergunning redelijk moet zijn gezien de benodigde investeringen. Tegelijkertijd mag de duur van de vergunning niet te lang zijn met het oog op het gelijkheidsbeginsel. Gemeenten zitten hierdoor in een lastige positie. De Kansspelautoriteit vindt dit zorgelijk en dringt er bij gemeenten op aan oog te hebben voor het feit dat hoe korter de duur van een vergunning is, des te meer spanning er komt te staan op investeringen die kansspelverslaving moeten voorkomen.

De Wet op de kansspelen bepaalt dat de aanwezigheidsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt verleend, en bevat geen beperkingen aan de looptijd.

Een gemeente mag alleen een aanwezigheidsvergunning verlenen aan een inrichting met een DHW-vergunning, en is verplicht de aanwezigheidsvergunning in te trekken als er geen DHW-vergunning meer van kracht is. 

Als gemeente gaat u dus voortdurend na of er geen aanwezigheidsvergunningen bestaan zonder bijbehorende DHW-vergunning.

Om de uitvoeringslasten voor de gemeente te beperken, wordt aangeraden de  aanwezigheidsvergunning van rechtswege te laten vervallen als de DHW-vergunning voor de betrokken inrichting niet meer van kracht is.

Wij hebben voorbeelden van aanwezigheidsvergunningen toegevoegd als bijlage bij de Wegwijzer speelautomaten voor gemeenten.

Nee, de Kansspelautoriteit zal geen nieuw model Speelhalverordening ontwikkelen.

Vragen over speelautomaten in de horeca

Om kansspelverslaving tegen te gaan is het aantal locaties waar kansspelautomaten mogen staan teruggebracht. Sinds 2000 is het landelijk beleid dat er alleen nog kansspelautomaten in hoogdrempelige gelegenheden mogen staan. Hoewel nooit wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de effecten, wordt dit als een belangrijke verbetering gezien. Het aantal ingeschreven gokcliënten in de verslavingszorg daalde als gevolg van het weren van automaten uit de snackbar en cafetaria. De afname betrof vooral jonge(re) hulpzoekers.

Ja dat klopt. Daaronder wordt verstaan een ‘geheel van warme gerechten die ten minste bestaan uit de volgende drie, niet met elkaar gemengde bestanddelen: vis, vlees, gevogelte of wild (eventueel te vervangen in geval van een vegetarisch menu); groente; en aardappelen, rijst of meelspijzen’. De Wet op de kansspelen is echter van 1964; algemeen geaccepteerd is dat er een categorie restaurants is die geen traditionele maaltijden serveren, maar die toch als restaurant zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen kunnen worden beschouwd. Een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten mag daarom in beginsel niet worden geweigerd omdat er geen driecomponentenmaaltijd wordt geserveerd. De andere criteria voor hoogdrempelig zijn:

  • een vergunning in het kader van de Drank- en Horecawet;
  • geen andere activiteiten ontplooien dan café of restaurant;
  • en de activiteiten moeten in belangrijke mate gericht zijn op personen ouder dan 18 jaar.

Aan al deze criteria moet worden voldaan om als hoogdrempelig te kunnen worden bestempeld.    

De snackbar, een sportkantine en het jeugdcentrum zijn de bekendste laagdrempelige gelegenheden. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven, op een aantal rechtsterreinen de hoogste bestuursrechter, heeft een keur aan uitspraken gedaan waaruit blijkt wat nog meer laagdrempelige inrichtingen zijn. Een opsomming: een restaurant met een mogelijkheid tot afhalen; een café met biljart- en snookeractiviteiten; restaurant met bowling; discotheek; kantine/snackbar op campingterrein; kegelhuis; coffeeshop; broodjeszaak; lunchroom; grill-room; shoarmazaak; petit-restaurant; snookercentrum; sportcomplex; café/cafetaria; café/discotheek; gemeenschapscentrum/zalenverhuur; café/gemeenschapshuis; café/sport-evenementenhal; café/sporthal; restaurant/vergaderzaal/zwembad; cafetaria/zwembad; café/restaurant met afhaalgedeelte; kantine in sporthal; café/snookercentrum; café/restaurant/bowling; café/kegelcentrum; sporthallen/café/restaurant; tennishal/café; café/restaurant/bowlingzaal/biljartruimte; hotel/restaurant/winkel; sportcentrum met bar/restaurant/dansschool; café/camping; café/petit-restaurant; sporthal/zwembad/café.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten schrijft in een brief aan het ministerie van Veiligheid en Justitie (18 april 2017, kenmerk ECLBR/U2017/1700285) dat deze rechtspraak ‘voldoende houvast biedt’ om aanvragen voor het mogen plaatsen van kansspelautomaten in genoemde gelegenheden af te wijzen.

Nee, dat mag niet. Een restaurant mag wel reclame maken voor zijn gerechten, maar niet voor de eventuele aanwezigheid van kansspelautomaten. Hetzelfde geldt voor een café: reclame voor het café mag, maar niet voor de kansspelautomaten die daar staan opgesteld.

Er moet toezicht gehouden kunnen worden. Kansspelautomaten moeten daarom staan op een plek waar het personeel goed zicht heeft op de automaten.

Een samengestelde inrichting is een laagdrempelige inrichting waarbinnen afgescheiden delen hoogdrempelig zijn. Het doel van deze afscheiding is te voorkomen dat bezoekers van het laagdrempelige deel gedwongen worden het hoogdrempelige deel te betreden, en zo met kansspelautomaten in aanraking komen. De ratio achter dit onderscheid is het streven om kansspelautomaten uit de buurt te houden van plaatsen waar jongeren eenvoudig binnenlopen of die veelvuldig door jongeren bezocht worden.

Twee voorwaarden

In het hoogdrempelige deel van een samengestelde inrichting mogen kansspelautomaten staan onder twee voorwaarden:

  • er moet voldoende afscheiding zijn tussen het laagdrempelige en hoogdrempelige gedeelte. Een plantenbak of een laag hekje ter afscheiding is niet genoeg. Wat wel genoeg is, is ter beoordeling van de gemeente;
  • het laagdrempelige deel moet op zichzelf staan. Dit wil zeggen dat voor toiletbezoek, het bereiken van de garderobe, het betalen van de rekening et cetera het betreden van het hoogdrempelige deel niet noodzakelijk is.

Hieronder drie voorbeelden van opstelplaatsen die in beginsel niet voldoen aan de voorwaarden

Vragen over speelautomaten in een speelhal

Ja, met de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand moet de speelautomatenhal van ieder bezoeker de identiteit vaststellen en verifiëren. Vanaf 1 oktober 2021 zijn deze gegevens ook nodig om te controleren of de speler staat geregistreerd in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks).

Cruks is een belangrijk instrument om te weren van deelname aan kansspelen. De speelautomatenhal kan na een eerste bezoek de bezoeker een unieke identificator toekennen die kan worden gebruikt bij volgende bezoeken, bijvoorbeeld een toegangspasje met een foto van de persoon. Hiermee wordt voorkomen dat bij elk bezoek opnieuw alle identiteitsgegevens moeten worden opgegeven.