Verleiden of vechten? Of allebei?

Deze maand is het precies vijf jaar geleden dat de online kansspelmarkt werd gelegaliseerd en dat de eerste vergunninghouders van start gingen. De illegale markt is ondertussen allerminst verdwenen, ook al geeft onderzoek na onderzoek aan dat ca 90% van de Nederlandse online-gokkers hun hobby uitsluitend bij legale aanbieders uitoefent. Maar in geld ligt dat heel anders: voor elke vergokte euro bij legaal komt er één in het illegale circuit terecht. Wetshandhaving in dit circuit is voor ons dan ook topprioriteit.

De ervaring tot dusver met het beboeten van illegale aanbieders leert dat wij daarmee wel een helder signaal afgeven over wat mag en wat niet mag, maar nauwelijks effect sorteren als het op inning aankomt. Frustrerend. Daarom zijn we de afgelopen anderhalf jaar parallel een ander spoor gaan volgen: niet onszelf, maar het illegale aanbod frustreren door ervoor te zorgen dat ze moelijker vindbaar zijn en dat er geen betalingen meer naar en door hen kunnen worden uitgevoerd. Daar zijn we nog niet, maar de richting is duidelijk. 

In het Commissiedebat in september pleitte VVD-kamerlid Bart Bikkers voor een stevige aanpak. Daarbij zou de Kansspelautoriteit boetes moeten opleggen aan de grote techbedrijven, of in het Europese jargon de VLOP’s (Very Large Online Platforms). Die zijn immers in hoge mate debet aan de zichtbaarheid van het illegale aanbod. En ook de welbekende gokadvocaat Justin Franssen liet dezer dagen vanuit Lissabon weten dat de Ksa strenger moet optreden tegen Big Tech. 

Dat klinkt allemaal stoer, en ik wil ook graag een stoere toezichthouder zijn. Ik ben ook best gevoelig voor het beeld van een sheriff die met getrokken revolver door de klapdeuren van de saloon naar binnen stapt om raddraaiers op te pakken en ze vervolgens met pek en veren het dorp uit jaagt zodat orde en rust weerkeren, liefst voorgoed. Maar een sheriff die schiet en mist of eentje die blijkt te schieten met een klappertjespistool, geeft de bandieten een vrijbrief. En het beboeten van illegaliteit-faciliterende techbedrijven is net een slagje weerbarstiger, en bovendien een zaak van veel langere adem. 

Big Tech verdient gruwelijk veel geld aan de advertenties van illegale gokaanbieders, in Nederland, in Europa en wereldwijd. Dat is een miljardenindustrie die in aanzienlijke mate bijdraagt aan hun winstgevendheid. Daar vrijwillig afstand van doen of zichzelf substantiële beperkingen opleggen gaat wel erg in tegen het verdienmodel. Toch is dat wat wij van ze eisen, liefst goedschiks, zo nodig kwaadschiks.

Wij kunnen voldoende overtuigend bewijs verzamelen dat deze bedrijven in Nederland en overal elders in Europa verboden activiteiten faciliteren. Een dikke baggerstroom aan advertenties voor illegaal gokken komt je op alle socials tegemoet. Advertenties die zich expliciet richten op kwetsbare mensen die zich in exclusie-registers in verschillende Europese landen hebben ingeschreven, of advertenties die zich ook richten op kinderen (onder de 18), zijn geen uitzondering en gemakkelijk te vinden. En het is er niet af en toe eentje: het rekent in duizenden, zo niet honderdduizenden. Zowel onze eigen Nederlandse wet als de Europese Digital Services Act bieden ruimschoots aanknopingspunten om dergelijk gedrag te bestraffen. Al is het bij de DSA natuurlijk wel aan de Europese Commissie om hiertoe te besluiten en kunnen wij hun zulke aanknopingspunten slechts aanreiken. 

Dat we een zaak hebben, betekent niet één op één dat we hem nu ook moeten aanspannen. Een verloren procedure is erger dan een die nog niet gestart is en helpt ons van de wal in de sloot. Een boete is voor mij een middel, geen doel. Een (nationale of via de band van de Commissie een Europese) procedure starten betekent een confrontatie aangaan met een tegenstander die beschikt over praktisch onuitputtelijke financiële middelen en die, zo leert de ervaring op andere dossiers, bereid is tot de hoogste rechter door te vechten, onderwijl steeds zand in de machine gooiend, zodat een definitief oordeel van een rechter zomaar een horizon van vijf jaar zal hebben. Een oordeel waarvan altijd onzeker is of de rechter ons over de hele linie zal willen volgen. Ik ben zeer te spreken over de juridische kwaliteit van mijn Ksa-collega’s, maar over elk bewijsstuk zal geprocedeerd worden, elke stelling van ons betwist. De belangen zijn immers groot. De uitkomst is onzeker, terwijl de lange duur van een juridische procedure in elk geval een zekerheid is.

Tegen die achtergrond proberen we ook zaken te doen met de VLOPs. Proberen we afspraken te maken die hen ertoe brengen zich vrijwillig beter te gedragen en verantwoordelijkheid te nemen. Sommige aanpassingen die voor ons heel belangrijk zijn, zijn voor hen soms een fluitje van een cent. Andere maatregelen vergen juist veel van hen, technisch of financieel. Samen laaghangend fruit plukken en hopen dat er een gezamenlijk pad is dat we kunnen bewandelen. We zijn daarom met een aantal Europese toezichthouders afgelopen voorjaar gaan praten met Google en Meta in Dublin, waar zij hun Europese hoofdkantoren hebben. Aan beide kanten van de tafel wisten we dat procederen het alternatief voor samenwerking was. En dat we parallel schaakten tussen dossieropbouw en een constructieve relatie. We hebben nu een gezamenlijke task force die bijvoorbeeld bezig is een ‘white list’ (samen met Google) op te stellen van alle legale aanbieders in de EU. Alle andere operators zijn dan per definitie in overtreding en kunnen door Google worden geweerd. Hopelijk draaien we daar een hoofdkraan mee dicht. Maar er zijn vast nog meer ‘hoofdkranen’. 

Er is geen sprake van dat we in de grote techbedrijven permanente bondgenoten hebben. Hun belangen staan vaak haaks op wat wij van ze willen. Als we constateren dat de VLOPs zich onvoldoende inspannen voor ons, of ondanks hun vrijwillige inspanningen onvoldoende effectief zijn, blijft natuurlijk altijd de juridische weg open. Het is trouwens niet eens een of-of vraag, van verleiden of vechten. Het kan ook tegelijkertijd. Alle Westerse overheden, met name ook de Europese Commissie, voeren op een veelheid van dossiers, variërend van dropshipping via illegale medicijnen tot vapes, een ingewikkelde dans uit met Big Tech om hen soms te verleiden en soms te dwingen tot maatschappelijk wenselijk gedrag. Verleiden is dus geenszins een exclusief alternatief voor vechten. Het is wat we doen terwijl we ons tegelijkertijd voorbereiden op een mogelijke confrontatie. Als afspraken met Big Tech te weinig opleveren, zullen we niet aarzelen tegen een van hen in het strijdperk te treden. Meet ons daar maar aan af. 

Michel Groothuizen