Kansspelbeleid onder kabinet Jetten
Volgende week staat het nieuwe kabinet op het bordes en kan premier Jetten met zijn ploeg daadwerkelijk aan de slag. Het coalitieakkoord is ambitieus, maar noodgedwongen geen strak keurslijf, zoals we in Nederland gewend zijn. Het is het openingsbod van een minderheidskabinet, dat vervolgens op basis van deze plannen gaat proberen meerderheden bij elkaar te sprokkelen. In de bijna zeventig bladzijden die het coalitieakkoord telt is maar een klein hoekje ingeruimd voor ons domein. Onder het kopje ‘Nuchter beleid: drugs, gokken en sekswerk’ wordt in een paar grove streken het voorgenomen online kansspelbeleid voor de komende jaren geschetst. Het nieuwe kabinet wil ‘kwetsbaren beschermen tegen profiteurs’. Daar vindt Jetten ons gemakkelijk aan zijn zijde. Met het verder ‘verstevigen van de zorgplicht van online gokaanbieders’ en het ‘harder (aanpakken van) illegale goksites’ sluiten de ambities van het nieuwe kabinet ook naadloos aan bij die van de Ksa. Het venijn zit hem echt in de staart: de paragraaf sluit af met twee noties die goed bedoeld, maar naar mijn oordeel weinig behulpzaam zijn. Het coalitieakkoord belooft namelijk voor online gokken een volledig reclameverbod in te stellen en verder een beperking van het aantal vergunningen voor online goksites te gaan onderzoeken.
Laat ik vooropstellen dat ik de negatieve emotie van de politici over gokreclame begrijp en ook gemakkelijk kan invoelen. De gokwereld heeft naar zijn aard een hoog bling bling gehalte, en roept daarmee soms bij de politiek (en bij mij als toezichthouder) meer ergernis op dan begrip. En de uitbundige wijze waarop de afgelopen jaren de aanbieders zich gemanifesteerd hebben, heeft ook niet geholpen. Daarom heeft de politiek ingegrepen. In het publieke domein, in de sportwereld en op TV behoren reclame-uitingen van online aanbieders inmiddels gelukkig tot het verleden. Wij houden daarop als Ksa ook streng toezicht. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het laatste jaar echt aanmerkelijk kalmer is dan de periode daarvoor. Uitwassen in reclame zien we op de vergunde markt nauwelijks meer.
Op dit moment vindt de concurrentie om de gunst van de gokker vooral plaats op social media: TikTok, Facebook, Instagram, etc. zijn vergeven van gokreclame. Het leeuwendeel komt echter van illegale partijen. Om dat een beetje in te kleuren: de afgelopen periode staan er op Facebook en Instagram maandelijks meer dan 60.000 op het Nederlandse publiek gerichte advertenties. Minder dan 2.000 daarvan komen van legale online aanbieders.
Wereldwijd is de illegale gokmarkt groter dan de economieën van Duitsland en Nederland samen. En voor het goede begrip: Duitsland is in omvang de derde economie in de wereld, na de VS en China. Oftewel: illegaal gokken is een gigaprobleem en de omvang ervan neemt alleen maar toe, wereldwijd, maar ook in ons eigen land. Bestrijding daarvan beschouw ik dan ook als één van de hoogste prioriteiten.
Een verbod op online reclame treft uitsluitend het legale aanbod. Onze mensen zullen er alles aan doen om ook illegale reclame te bestrijden, maar in de huidige omstandigheden kunnen wij hierin niet 100% succesvol zijn. Misschien dat we via de Digital Services Act grotere verantwoordelijkheid kunnen afdwingen bij de techbedrijven, maar dat zal een proces van lange adem zijn. De illegale partijen zullen zich daar weinig van aantrekken, en zolang grote techbedrijven deze advertenties toe blijven laten cq niet actief eigener beweging verwijderen, zal de enige consequentie van dit in het coalitieakkoord aangekondigde verbod zijn dat de spelers nog meer dan nu zullen worden weggelokt van de legale markt. Zij komen dan online immers alleen nog illegale aanbieders tegen. Dat lijkt mij niet het beoogde doel van het nieuwe kabinet.
Die legale vergunde markt is geen risicoloos terrein en ook daar kan kansspelverslaving en andere gokschade ontstaan. Maar op de legale markt hebben we in elk geval wel een aantal vangrails en is het voor spelers veel moeilijker om in korte tijd excessieve hoeveelheden geld te verliezen. Naleving van de zorgplicht ging en gaat niet vanzelf. Daarop hebben we de afgelopen jaren ook tal van partijen aangesproken en soms ook hoge boetes opgelegd, maar het gaat inmiddels wel een stuk beter.
Dan mijn andere twijfelpunt bij het coalitieakkoord: beperking van het aantal vergunninghouders. Van het onderzoek hiernaar heb ik op voorhand weinig verwachtingen. We hebben in Nederland ongeveer dertig legale online aanbieders. Daarnaast enige honderden gokhallen met vergunning. Voor sommige producten geldt een monopolie, zoals in het geval van Holland Casino, dat als enige de hoogst risicovolle casinospelen met hoge inzetten mag aanbieden. We kunnen als overheid producten en diensten helemaal verbieden óf deze toestaan onder voorwaarden. En die voorwaarden kunnen en (als het om gokken gaat) moeten ook streng zijn en strikt worden gehandhaafd. Een monopolie is al best een ingewikkelde constructie, maar kan wel. Echter, het aantal aanbieders maximeren op een markt met partijen die aan alle voorwaarden voldoen en die producten of diensten aanbieden die ook binnen de regels passen, lijkt me juridisch een moeizaam pad, met ook een twijfelachtig nut. Er is geen reden aan te nemen dat er minder reclame zal worden gemaakt op een markt met vijf aanbieders dan wanneer dat er 25 zijn, of dat het aantal spelers afneemt. Als we als samenleving bepaalde aangeboden producten niet willen toestaan, dan moeten we die verbieden. Aanbieder X en Y toelaten en aanbieder Z met hetzelfde product op getalsmatige gronden niet, is voor ons als vergunningverlener niet uitlegbaar.
Ondanks deze kritische kanttekeningen zie ik de samenwerking met het nieuwe kabinet met enthousiasme tegemoet. Op de hoofddoelen, kwetsbaren beschermen en illegaliteit bestrijden, zit er geen enkel licht tussen de doelen van het kabinet en die van ons als toezichthouder. Wij wensen de nieuwe bewindspersonen veel wijsheid op het kansspeldossier, en staan klaar om samen aan de slag te gaan.
Michel Groothuizen