Blog Michel Groothuizen: opiniestuk commisssiedebat kansspelen
Afgelopen week stond voor de Ksa in het teken van het jaarlijkse commissiedebat kansspelen. In de voorbereiding passeerden allerlei vragen en scenario’s de revue, maar het blijft altijd moeilijk inschatten welke kant de discussie precies op zal gaan. Het was ook een debat met veel nieuwe gezichten: natuurlijk de staatssecretaris zelf, maar ook onder de woordvoerders waren er behoorlijk wat nieuwelingen op dit dossier. Dat maakt nieuwsgierig. Ik was wel onder de indruk van de staatssecretaris. Zeer betrokken bij de problematiek, goed op de hoogte en ook voortdurend in verbinding met haar gesprekspartners in de Kamer.
Van oude rotten en geijkte spelers kan ik de hoofdpunten van hun betogen meestal wel invullen, maar in de onderlinge interactie kan zo’n debat een onverwachte wending nemen. Wie mij van tevoren had gevraagd wat de hoofdmoot van het debat zou worden, zou ik verteld hebben dat ik mijn geld zou inzetten op verbeterde spelersbescherming, inperking van het aantal vergunninghouders en uitbreiding/snelle invoering van het reclameverbod. En daar zou ik zeker minstens wat aan hebben overgehouden, want al deze onderwerpen kwamen aan bod.
Veel van mijn eigen zorgen werden breed gedeeld. Ik zag wel dat een aantal kamerleden enthousiaster is over de verhoging van de minimumleeftijd naar 21 jaar dan ikzelf, en ook meer verwacht van inperking van het aantal vergunninghouders dan ik. Toch was het al met al een constructief debat waar interessante ideeën boven kwamen drijven. Een centraal inlogportaal voor legale partijen is zomaar een idee om langer over na te denken. Maar zijn de sites van die aanbieders dan ook alleen nog maar te benaderen na het centrale toegangsportaal?
Ik was echt blij om te horen dat de aanpak van illegale gokbedrijven, en onze uitdagingen als toezichthouder daarbij, veel (eensgezinde) aandacht kregen in het debat. Er werd gevraagd om een instrument om illegale websites te kunnen blokkeren, iets waar ik al veel langer van aangeef dat het nodig is om onze gereedschapskist echt effectief in te kunnen zetten. Het is goed dat dat weerklank vindt in de politiek. Ook gaf de staatssecretaris aan dieper te willen duiken in de mogelijkheid om valse identiteiten te kunnen inzetten voor de aanpak van illegaal gokken. Mooie vooruitzichten! Ik miste echter bij bijna alle woordvoerders de focus op één belangrijk punt: onze internationale slagkracht.
Illegaal gokken is namelijk een ongekend groot en complex probleem. Van iedere euro die de Nederlander vergokt, gaat de helft naar de illegale markt. Wie deze bedrijfstak in ogenschouw neemt, ziet dat de omzet van de wereldwijde illegale gokmarkt groter is dan het BBP van enig land, op de VS en China na. Vaak leeft bij het publiek een beeld van buitenlandse ondernemingen met een gedegen bedrijfsvoering, die door de vrijheid van het internet ook weleens een Nederlandse speler aantrekken. Van dat beeld moeten we af.
Dat er geen belasting wordt betaald door illegale aanbieders in ons land is een verliespost van ruim een half miljard, maar wat mij betreft niet eens het grootste probleem. Erger is dat deze partijen niet alleen maling hebben aan nationale wet- en regelgeving, maar op geen enkele manier verantwoordelijkheid nemen voor hun spelers. Recent hebben we melding gemaakt van een website met gokadvertenties die zich voordeed als 113.nl, de Nederlandse hulpwebsite voor zelfmoordpreventie. Het grootste deel van de illegale gokaanbieders richt zich actief op mensen die al gokproblemen hebben en zich hebben ingeschreven in het uitsluitingsregister Cruks. Hun boodschap? Omzeil je Gokstop, gok lekker verder bij ons.
De regulering van gokken verschilt per land. In de lidstaten van de EU kun je bij de één wel, en bij de ander niet legaal online gokken. Toch zien we illegaal gokken in al die landen terug, hoe streng de regels er nationaal ook zijn. En de omvang ervan groeit overal. Ondertussen proberen we als toezichthouders allemaal te vechten tegen dit probleem. We leggen boetes op die tot in de tientallen miljoenen lopen, maar die verhoudingsgewijs nog geen fractie zijn van wat ze aan belasting over hun winst hadden moeten betalen als ze legaal waren geweest. Bovendien leggen we die boetes op aan partijen die nog sneller van juridische jas wisselen dan dat ze oppoppen. En als we al weten wie ze zijn en waar ze zitten, blijken ze zich te hebben gevestigd op de Comoren of op andere plekken waar onze lange arm der wet niet bij kan. Van boetes echt betalen is dan ook niet veel sprake.
Als Nederlandse toezichthouder zetten we daarom ook in op het moeilijker zichtbaar en vindbaar maken van dit soort websites en het opwerpen van barrières om betalingen aan hen tegen te gaan. We proberen zo de infrastructuur die ze voor hun bedrijfsvoering gebruiken te ondermijnen. Dat vergt nogal wat, want zij manifesteren zich vooral via sociale media. We spreken de grote techbedrijven aan op hun verantwoordelijkheid om hun online platforms en zoekmachines niet beschikbaar te stellen voor dit soort grootschalige criminaliteit. Ook zijn we in gesprek met de financiële sector. Als je geen geld kunt inzetten en geen gewonnen prijzen kunt cashen, is de aardigheid van gokken er snel af.
Tegenover dit soort wereldwijd opererende tech- en fin-bedrijven zijn we als Nederland echter veel te klein. Juist die notie hoorde ik nauwelijks terug in de Kamer. Onvermijdelijk hebben we Europa nodig om zulke partijen ertoe te brengen met ons mee te werken in de strijd tegen illegaal gokken. Het is mijns inziens naïef vast te houden aan het idee dat we aan een goed gereguleerde legale nationale markt en een nationale toezichthouder genoeg hebben om dit probleem aan te pakken. We bevechten een wereldwijd netwerk van nietsontziende criminele organisaties met toegewijde wijkagenten, terwijl we eigenlijk een internationale opsporingsdienst in zouden moeten zetten.
De staatssecretaris is zich hiervan gelukkig wel zeer bewust, al krijgt het nog niet heel veel handen en voeten. Deze internationale slagkracht kwam in het debat nauwelijks ter sprake, en gebrek aan aandacht van de Kamer hiervoor betekent zeer waarschijnlijk dat ook het departement maar mondjesmaat aan Europese regels zal werken, verstopt tussen alle andere prioriteiten die de Kamer immers stelt. Dat vind ik jammer, want illegale aanbieders opereren allang grensoverschrijdend. Hun hele habitat is internationaal, van geldstromen tot advertenties op social media. Echte impact vergt slagkracht op Europees niveau. Dat besef lijkt nog niet heel breed te leven in de Tweede Kamer.