Vragen & Antwoorden over cursussen verslavingspreventie

Gepubliceerd op 10 juni 2021

De Kansspelautoriteit (Ksa) krijgt van speelhallen en speelcasino’s vragen over de opleidingsvereisten op het gebied van verslavingspreventie. Daarom  hieronder de antwoorden op de gestelde vragen.

1. Wat is de aanleiding?

De Wet Kansspelen op afstand (Wet Koa) trad op 1 april 2021 in werking. Die wet legaliseert onder strikte voorwaarden online kansspelen en stelt (onder meer) extra eisen op het gebied van verslavingspreventie aan alle houders van een vergunning voor het aanbieden van risicovolle kansspelen. De kansspelen die speelcasino’s (Holland Casino) en speelhallen aanbieden, zijn (grotendeels) risicovolle kansspelen.

2. Wat is er veranderd?

Het curriculum voor de cursussen is met inwerkingtreding van de Wet Koa verbreed. Ten opzichte van de voorheen voorgeschreven inhoud strekken de wijzigingen er onder andere toe dat de risico’s op verslaving van het eigen kansspelaanbod aan bod moeten komen in de basiscursus. Cursussen verslavingspreventie die afgelegd zijn vóór 1 april 2021, zijn daardoor niet meer geldig. Dit geldt zowel voor de basiscursus als de aanvullende cursus. Een tweede verandering is dat personeel de nieuwe cursus moet hebben voltooid vóórdat zij beginnen met de werkzaamheden waarvoor de vereiste kennis moet zijn opgedaan. In de oude situatie gold dat personeel de cursus uiterlijk een jaar na indiensttreding moest hebben voltooid.

3. Wie moeten de aanvullende cursus volgen?

Personen die in contact komen met spelers en die op ieder moment moeten kunnen reageren op een speler die risicovol of problematisch speelgedrag vertoont, moeten naast de basiscursus tevens de aanvullende cursus volgen. Dit zijn onder andere croupiers, beveiligers, barpersoneel, analisten van speelgedrag en hun direct leidinggevenden. Medewerkers van de klantendienst zijn in beginsel uitgezonderd. Maar als een medewerker van de klantendienst ook een functie of taak heeft die toch vereist dat hij op ieder moment moeten kunnen reageren op een speler die risicovol of problematisch speelgedrag vertoont, moet hij een aanvullende cursus gevolgd hebben.

4. Zijn de oude cursussen geldig?

Nee, die zijn niet meer geldig. Het verschil tussen een oude en nieuwe cursus kan wel met een aanvullende module worden bijgewerkt. De geldigheidsduur van de oorspronkelijke (oude) cursus is bepalend, niet de datum waarop de aanvullende module is behaald. Na drie jaar verloopt de geldigheid van een cursus.
Ter illustratie: Een medewerker heeft 15 mei 2019 de cursus verslavingspreventie gevolgd en behaald. In deze cursus zijn nog niet alle onderwerpen behandeld die de wet wel verplicht heeft gesteld. Vervolgens heeft hij op 1 april 2021 een aanvullende module verslavingspreventie gevolgd en behaald waardoor alle onderwerpen zijn behandeld die de wet verplicht stelt. Als de medewerker geen nieuwe cursus verslavingspreventie volgt, dan zal de medewerker tot en met 15 mei 2022 voor de speelhal werkzaam mogen zijn.

5. Vanaf welke datum gelden de nieuwe eisen?

De nieuwe eisen gelden vanaf 1 april 2021, de datum waarop de Wet Koa van kracht werd. De Ksa heeft er begrip voor dat het in coronatijd minder eenvoudig kan zijn personeel cursussen te laten volgen. Daarom is besloten tot 1 oktober 2021 coulant te zijn als tijdens controles blijkt dat nog niet alle medewerkers volledig aan de nieuwe opleidingsvereisten voldoen. Wel moet aannemelijk gemaakt kunnen worden dat er serieuze inspanningen worden verricht om zo snel als mogelijk is aan de eisen te voldoen.

6. Mag personeel na de coulanceperiode worden ingezet dat nog niet volledig is opgeleid?

Nee, medewerkers waarvoor een eis geldt dat ze een verslavingspreventiecursus moeten hebben gevolgd, mogen niet worden ingezet als ze niet volledig zijn opgeleid.

7. Gemeenten vragen soms om een GGZ-bewijsstuk dat aan de wettelijke eisen op het gebied van verslavingspreventie wordt voldaan. Bestaat dat nog steeds?

Als bewijs van een met succes gevolgde training geldt het certificaat of ander bewijs, bijvoorbeeld een diploma, dat de instantie die de cursus verzorgde afgaf. De Ksa brengt bij gemeenten onder de aandacht dat GGZ Nederland niet meer verantwoordelijk is voor het afgeven van dergelijke bewijsstukken.

Toegevoegd 1/7/2021:

8. Wie mogen preventiecursussen ontwikkelen en geven?

Dat zijn organisaties die beschikken over actuele expertise op het gebied van verslavingspreventie en aanbod van de behandeling van kansspelverslaving. De cursus moet daarom worden verstrekt door een organisatie die:

  1. daadwerkelijk zorg aanbiedt
  2. die een onafhankelijk toezichtsorgaan heeft
  3. transparant is over de (financiële) bedrijfsvoering en
  4. beschikt over expertise op het gebied van de preventie van kansspelverslaving

9. Mag ik als trainingsinstituut zonder kennis over het behandelen van kansspelverslaving een training aanbieden?

Dat mag als er een samenwerkingsovereenkomst is met een organisatie die wel beschikt over expertise met de behandeling van kansspelverslaving (zie de vorige vraag). In de  overeenkomst moet zijn vastgelegd hoe beide organisaties borgen en bevorderen dat actuele inzichten op het vlak van verslavingspreventie en de behandeling van verslaving zijn verwerkt in de cursussen.

10. Mag een training online worden gegeven?

De basiscursus mag online worden gegeven. Bij de aanvullende cursus moeten de deelnemers fysiek aanwezig zijn op de locatie waar de training wordt gegeven, zodat sprake kan zijn van persoonlijke interactie tussen trainer en deelnemers. De aanvullende cursus mag dus niet online worden gegeven.

Tot 1 oktober 2021 is er sprake van een coulanceperiode en mogen aanvullende cursussen ook online worden gegeven. De voorwaarde is dan wel dat er technische oplossingen worden gebruikt waardoor er persoonlijke interactie tussen trainer en deelnemers tot stand komt.

(dit antwoord is 16 juli 2021 geupdate)

11. Waar moet de groepstrainer van de aanvullende cursus aan voldoen?

De trainer moet over voldoende kennis en (didactische) vaardigheden beschikken en gespecialiseerd zijn op het gebied van verslavingspreventie. Dit betekent dat:

  • de trainer in ieder geval een relevante opleiding van hbo-niveau of hoger moet hebben; en
    • ten minste 3 jaar behandeling voor kansspelverslaving hebben gegeven, als zelfstandige of in dienst bij een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen. De zelfstandige of de instelling beschikt met betrekking tot de behandeling voor kansspelverslaving over een goedgekeurd kwaliteitsstatuut op basis van een kwaliteitsstandaard en een meetinstrument als bedoeld in artikel 1, onder z en aa, van de Zorgverzekeringswet, of
    • de trainer werkzaam is bij een kennisinstituut dat zich bezighoudt met onderzoek naar effectieve verslavingspreventie dat ten minste 3 projecten heeft verricht op het gebied van evaluaties van effectieve verslavingspreventie of verslavingsinterventies en blijkens wetenschappelijke publicaties over aantoonbare kennis beschikt van wetenschappelijke evaluaties en de ontwikkeling van preventieve programma’s of interventies.