Memorandum of understanding Kansspelautoriteit - Kansspelcommissie

tussen de
Kansspelautoriteit
en de
Kansspelcommissie

Doelstellingen

  1. Online kansspelen worden grensoverschrijdend aangeboden. Als gevolg daarvan is er meer behoefte aan internationale samenwerking tussen toezichthouders op (online) Kansspelen.
  2. De partijen bij dit Memorandum of Understanding (MoU) geven met dit MoU aan dat zij willen samenwerken op het gebied van enerzijds vergunningverlening, toezicht en handhaving en anderzijds de bestrijding van illegale aanbieders van online kansspelen en, in voorkomende gevallen, landbased
  3. In dit MoU wordt naar de Kansspelautoriteit van Nederland en de Kansspelcommissie van België elk afzonderlijk verwezen als “de Autoriteit”. Tezamen zullen zij “de Autoriteiten” worden genoemd.
  4. Dit MoU schept geen wettelijk bindende verplichtingen, kent geen rechten toe en treedt niet in de plaats van geldende nationale en Europese wet- en regelgeving.

Taken en bevoegdheden van de Kansspelautoriteit

  1. De Kansspelautoriteit is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Het is de toezichthouder voor kansspelen in het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden. De autoriteit wordt bestuurd door de Raad van Bestuur en het Management Team draagt zorg voor het beheer.

De Kansspelautoriteit heeft drie hoofdtaken:

  • consumenten informeren en beschermen;
  • illegale of criminele praktijken voorkomen en bestrijden;
  • kansspelverslaving voorkomen.

De politieke verantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid in Nederland berust bij de Minister voor Rechtsbescherming, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Regelgeving Kansspelautoriteit

  1. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. De vier landen leggen zelf het kansspelbeleid vast en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. De Kansspelautoriteit is dus niet verantwoordelijk voor het beleid, noch voor toezicht en handhaving, in het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk.
  2. De nieuwe wet ‘Wet op de kansspelen’ (ook wel genoemd: Wet kansspelen op afstand) geeft, zodra de wet in werking treedt, aanbieders met een vergunning de mogelijkheid om legaal online kansspelen aan te bieden in Nederland.
  3. Via de uitgifte van vergunningen zullen strikte voorwaarden worden gesteld aan (online) aanbieders van kansspelen. De in de vergunning vastgelegde vereisten hebben tot doel spelers te beschermen, kansspelverslaving te voorkomen en de eerlijkheid van de kansspelen te garanderen.

Taken en bevoegdheden van de Kansspelcommissie

  1. De oprichting, samenstelling, werking, taken en bevoegdheden van de Belgische Kansspelcommissie worden bepaald door de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers en haar uitvoeringsbesluiten.
  2. De Kansspelcommissie is een advies-, beslissings- en controleorgaan voor kansspelen. De opdracht van de KSC is om de spelers te beschermen. Om die opdracht uit te voeren :
    • verstrekt de KSC advies aan de regering en het parlement over alle aangelegenheden die verband houden met de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;
    • kent de KSC de vergunningen toe die nodig zijn voor de exploitatie van kansspelen en weddenschappen en zorgt ze voor een proactief beheer;
    • heeft de KSC een controlefunctie met betrekking tot de naleving van de bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers en heeft ze de bevoegdheid om sancties op te leggen (waarschuwing, schorsing of intrekking van vergunningen), met inbegrip van administratieve boetes.

Toepassingsbereik en algemene voorwaarden

  1. De autoriteiten zullen, waar nodig en op ad-hoc basis:
  • bijdragen aan wederzijds begrip en samenwerking om de in dit MoU omschreven belangen te behartigen;
  • op een doeltreffende wijze informatie delen om invulling te geven aan hun wettelijk vastgelegde taken en verantwoordelijkheden als toezichthouder op de kansspelen;
  • een dialoog onderhouden met betrekking tot gedeeld beleid en operationele zaken; en
  • elkaar operationele bijstand verlenen.

2. De Autoriteiten gaan ervan uit dat de samenwerking vooral zal  plaatsvinden door middel van informatie-uitwisseling over (aspirant) kansspelaanbieders, operationele samenwerking op het gebied van handhaving, het delen van kennis en ervaring en voortdurende informele (mondelinge) discussies. Daarnaast zijn eventueel andere vormen van samenwerking mogelijk.

3. De Autoriteiten erkennen het belang van samenwerking inzake zowel online als landbased aanbieders van kansspelen. Deze samenwerking kan, waar nodig, geschieden op ad-hoc basis als het gaat om:

  • zaken van algemeen beleid en toezicht, zoals ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en controle;
  • zaken die betrekking hebben op de operaties, activiteiten en regulering van online en landbased aanbieders van kansspelen;
  • andere zaken die voor het toezicht door beide autoriteiten van belang zijn, zoals maatregelen tegen witwassen of het financieren van terrorisme;
  • wederzijdse bijstand bij het verkrijgen van gegevens over gokken, kansspelen en transacties als het werkveld en (online) spelaanbod van een (illegale) aanbieder meer dan één jurisdictie beslaat of gegevens inzake transacties in slechts één van de jurisdicties is ondergebracht;
  • Het delen van relevante informatie voor de beoordeling van vergunningaanvragen dan wel de herbeoordeling van reeds verstrekte vergunningen;
  • Het delen van informatie over opgelegde sancties aan kansspelaanbieders;
  • Het delen van informatie op het gebied van verslavingspreventie en ter voorkoming van gokverslaving.

4. Samenwerking zal vooral van belang zijn in de hieronder genoemde omstandigheden, maar hoeft hiertoe niet beperkt te blijven:

  • De aanvraag voor een vergunning bij een van de Autoriteiten waarbij ook gekeken wordt naar de integriteit en de geschiktheid van de aanvrager. Voor de duidelijkheid: elke autoriteit maakt evenwel zelf zijn beslissingen aangaande vergunningen. Deze overeenkomst bevat geen regelingen voor het recht op vestiging en dienstverlening in een van de landen van de Autoriteiten;
  • Het permanente toezicht op online en landbased aanbieders van kansspelen, met – onder andere – aandacht voor essentiële veranderingen in het beheer of de financiële status, wijzigingen in de businessplannen en diepgaande aanpassingen van de technologische architectuur;
  • Wettelijke vergunningen of toezichthoudende acties van één Autoriteit met betrekking tot een bepaalde aanbieder welke gevolgen kunnen hebben voor de operaties van de andere Autoriteit in diens jurisdictie. De Autoriteiten zullen daarbij het wettelijk stelsel respecteren van de andere Autoriteit en er zal geen inmenging plaatsvinden in de wettelijke bevoegdheden van een van de Autoriteiten;
  • Bestrijding van illegale aanbieders door het uitwisselen van informatie en – waar nodig – operationele bijstand;
  • Het innen van opgelegde boetes.

5. Beide Autoriteiten zeggen toe informatie met elkaar te zullen delen waar zulke informatie beschikbaar is en uitwisseling ervan wettelijk toegestaan is. Het delen van informatie heeft vooral betekenis als het gaat om:

  • informatie die negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor een online of landbased aanbieder van kansspelen op het grondgebied van een van de Autoriteiten; en
  • de tenuitvoerlegging van wettelijke acties of sancties ten aanzien van of verband houdende met een bepaalde online of landbased aanbieder, waaronder inbegrepen de intrekking, opschorting of aanpassing van relevante vergunningen of inschrijvingen.

Grensoverschrijdende bezoeken

  1. De Autoriteiten zullen elkaar informeren over voorgenomen bezoeken aan vergunninghouders die zich bevinden binnen de jurisdictie van de andere Autoriteit. Relevante informatie inzake deze bezoeken zal worden gedeeld.
  2. De Autoriteit van het gastland kan logistieke steun aanbieden en deelnemen aan het bezoek indien wenselijk.
  3. Indien een formeel verzoek tot bijstand wordt gedaan, zal de verzochte Autoriteit zich binnen de grenzen van het redelijke een inspanning getroosten om de ander bij te staan. Een en ander met inachtneming van de nationale wetgeving.
  4. De Autoriteiten erkennen dat, met inachtneming van de nationale wet- en regelgeving en de voorschriften betreffende vertrouwelijkheid, een onderzoek naar vermoedelijke wettelijke inbreuken die beide Autoriteiten aangaat doeltreffender kan worden verricht door een onderzoeksteam bestaande uit leden van beide Autoriteiten.
    • De Autoriteit die het gezamenlijke onderzoek voorstelt, dient de andere Autoriteit informatie te verschaffen aangaande de achtergrond waartegen het verzoek voor zo’n onderzoek is gedaan. De autoriteiten stellen gezamenlijk vast wat de doelstellingen van het gezamenlijke onderzoek zijn, welke hulpmiddelen hiervoor nodig zijn en hoe lang het voorgestelde onderzoek zal duren. De Autoriteiten zullen elkaar zo spoedig mogelijk laten weten of zij met een dergelijk onderzoek instemmen.
    • Indien de Autoriteiten besluiten zo’n onderzoek uit te voeren, dient er in overleg ook aangegeven te worden welke regelingen worden getroffen met betrekking tot financiering, openbaarheid en verantwoording en hoe het onderzoek zal worden beheerd en de verantwoordelijkheden zullen worden verdeeld.
    • Het bovenstaande krijgt zijn beslag in een actieplan.

Vertrouwelijkheid en het gebruik van gegevens

  1. Beide Autoriteiten zijn bij het overdragen en controleren van persoonlijke gegevens gebonden aan de beginselen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van de EU (ook wel bekend onder GDPR, in het Engels: General Data Protection Regulation) en andere eventuele voor de autoriteiten geldende relevante nationale wetgeving waarin deze beginselen zijn uitgewerkt.
  2. Dit MoU mag niet worden uitgelegd als een verplichting om de andere partij informatie te verstrekken indien een dergelijke overdracht een inbreuk op hun wettelijke verantwoordelijkheden zou inhouden. Elke partij dient ervoor te zorgen dat iedere overdracht van persoonlijke gegevens geschiedt met inachtneming van de bepalingen van de AVG en eventuele andere relevante nationale wetgeving.
  3. Indien een van de Autoriteiten constateert dat er sprake is van informatie-uitwisseling die mogelijk niet conform de AVG heeft plaatsgevonden dan brengen zij elkaar daarvan op de hoogte.
  4. Inzake Belgische wetgeving sluiten de partijen een Protocol waarin nader is geregeld hoe persoonsgegevens worden uitgewisseld. Dit Protocol vormt onderdeel van dit MoU en is daaraan als bijlage toegevoegd.
  5. De Autoriteit die het verzoek ontvangt om informatie vrij te geven (de aangezochte Autoriteit) heeft het recht om zelf een oordeel te vormen aangaande de noodzaak, de proportionaliteit en de objectieve rechtvaardiging van dat verzoek. De aangezochte Autoriteit heeft het laatste woord inzake de mate en de vorm waarin informatie wordt vrijgegeven.
  6. De Autoriteit die om afgifte van informatie verzoekt (de verzoekende Autoriteit) mag niet-openbare informatie die in de context van dit MoU is vergaard, uitsluitend gebruiken voor doeleinden van:
    • Vergunningverlening;
    • Het verbinden van voorschriften aan vergunningen;
    • Het intrekken van vergunningen;
    • Toezicht op aanbieders van kansspelen;
    • Conform dit MoU vrijgegeven informatie kan door beide Autoriteiten gebruikt worden voor het uitoefenen van wettelijke taken en bevoegdheden als toezichthouder en valt binnen de doelstellingen van dit MoU, waaronder vergunningverlening en intrekking van verleende vergunningen.
  7. Indien partijen binnen de context van dit MoU niet-openbare informatie delen die vertrouwelijk dient te blijven, zal dit expliciet moeten worden medegedeeld.
  8. Indien de verzoekende Autoriteit die deze vertrouwelijke informatie heeft verkregen deze nochtans wil gebruiken in bronnen die openbaar te raadplegen zijn, waaronder openbare besluiten, dan is het aan de aangezochte Autoriteit om te bepalen of bedoelde gedeelde informatie desondanks vertrouwelijk dient te blijven. De verzoekende Autoriteit is gebonden aan dit oordeel van de aangezochte Autoriteit.
  9. De verzoekende Autoriteit zal de aangezochte Autoriteit - in de mate waarin dat wettelijk mogelijk is - op de hoogte stellen van een wettelijk afdwingbaar verzoek van derden tot overdracht van niet-openbare informatie die onder dit MoU is afgegeven.
  10. Kennisgeving en/ of toestemming is niet nodig als de niet-openbare informatie wordt gedeeld met (a) partijen die verwikkeld zijn in een gerechtelijke procedure inzake de afgifte, weigering of intrekking van een vergunning, en (b) de informatie uitdrukkelijk is opgevraagd voor doeleinden van afgifte, weigering of intrekking van een vergunning.

Wettelijke basis voor het delen van informatie

Informatie die tussen de Kansspelautoriteit en de Kansspelcommissie wordt gedeeld

  1. Overeenkomstig artikel 34m (1), van de Nederlandse Wet op de kansspelen, werkt de voorzitter van het bestuur van de Kansspelautoriteit samen met andere autoriteiten die zijn belast met het toezicht op de kansspelwetging in hun land of jurisdictie, voor zover dat voor de vervulling van hun wettelijke taken nodig is. Volgens datzelfde artikel 34m (1), van de Nederlandse Ontwerpwet op Kansspelen op Afstand, kan zulke samenwerking pas doorgang vinden, nadat er tussen de voorzitter van het bestuur van de Kansspelautoriteit en het land of de jurisdictie in kwestie een Memorandum of Understanding (MoU) is ondertekend.
  2. Op grond van goed, democratisch en transparant bestuur hebben Nederlandse burgers de mogelijkheid om documenten van de Kansspelautoriteit op te vragen op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. Alle ontvangen of verstuurde documenten, brieven, besluiten en verslagen zijn in beginsel openbare documenten en moeten aldus aan eenieder die daarom verzoekt ter lezing beschikbaar worden gesteld. Toegang tot openbare documenten is in bepaalde gevallen evenwel beperkt. Gegevens met betrekking tot de bedrijfsvoering en ‑voorwaarden van aanbieders zijn bijvoorbeeld geheim en kunnen daarom niet worden vrijgegeven, indien het vrijgeven van zulke informatie de persoon of organisatie waarop deze betrekking heeft, zou kunnen schaden. Zo geldt ook dat informatie die in geval van openbaarmaking tot privacy-schending zou leiden, niet met een verwijzing naar voornoemde wet beschikbaar kan worden gemaakt. In het geval van een dergelijk verzoek zal de Kansspelcommissie conform het gestelde onder punt 28 van dit MoU op de hoogte worden gesteld en om haar mening worden gevraagd. De AVG verzet zich in beginsel niet tegen het vrijgeven van documenten op basis van het beginsel dat officiële documenten openbaar toegankelijk moeten zijn.

    Informatie die tussen de Kansspelcommissie en de Kansspelautoriteit wordt gedeeld

  3. De Belgische kansspelwetgeving voorziet niet expliciet in informatiedeling met andere autoriteiten. Hiertegen is echter geen bezwaar. Voor de KSC blijkt de wettelijke grondslag voor de doorgifte en ontvangst van informatie uit de publieke taak die aan de KSC toegewezen is. Deze publieke taak blijkt uit de regelgeving die op de KSC van toepassing is. Het doel van de informatiedeling is gebonden aan de uitoefening van de publieke taak en de ruimte voor informatiedeling vindt hierin zijn begrenzing.
  4. De Belgische burger heeft recht op informatie en het is de taak van de administratie om die informatie te verschaffen. Dit principe is ingevoerd door de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur die doelt op een grotere transparantie van de werking van de administratieve overheid. De openbaarheid werkt in twee richtingen: van de administratie naar de bevolking (actieve openbaarheid) en van de burgers naar de administratie (passieve openbaarheid). De actieve openbaarheid krijgt concreet vorm door het opzetten en uitwerken van een informatiebeleid voor de gebruikers van de administratie. De passieve openbaarheid krijgt vorm via het recht op het raadplegen van bestuursdocumenten. In bepaalde gevallen is toegang tot bestuursdocumenten echter beperkt. Zo zijn vertrouwelijke ondernemingsgegevens die aan de overheid werden meegedeeld geheim, wat betekent dat deze niet openbaar kunnen worden gemaakt op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur. Gegevens kunnen ook niet openbaar worden gemaakt wanneer deze afbreuk zouden doen aan de persoonlijke levenssfeer. In het geval van een dergelijk verzoek zal de Kansspelautoriteit conform het gestelde onder punt 28 van dit MoU op de hoogte worden gesteld en om haar mening worden gevraagd. De AVG verzet zich in beginsel niet tegen het vrijgeven van documenten op basis van het beginsel dat officiële documenten openbaar toegankelijk moeten zijn.

Evaluatie

  1. De Autoriteiten zullen de wijze waarop het MoU functioneert en de doeltreffendheid ervan indien gewenst evalueren. Elke Autoriteit zal zich inspannen om de ander van tevoren op te hoogte te stellen van wijzigingen in het beleid, de wet of regelgeving, indien deze wijzigingen naar verwachting een belangrijke invloed zullen hebben hetzij binnen de jurisdictie van de andere partij hetzij op de tenuitvoerlegging van dit MoU.

Publicatie en inwerkingtreding

  1. Het bestaan en de inhoud van dit MoU, alsmede het Protocol uitwisseling persoonsgegevens, zijn niet vertrouwelijk en kunnen door de Autoriteiten worden gepubliceerd.
  2. Het MoU wordt van kracht op de datum waarop het door beide partijen wordt ondertekend, en in het geval van de Nederlandse Kansspelautoriteit, de nieuwe Wet op de kansspelen die het aanbieden van kansspelen op afstand mogelijk maakt, in werking treedt. Het MoU blijft geldig, tenzij het in overleg wordt gewijzigd of door één der partijen schriftelijk wordt opgezegd.

Dhr. René Jansen                      Mevr. Magali Clavie

Voorzitter van de Raad               Voorzitter van de

van Bestuur van de                    Kansspelcommissie

Kansspelautoriteit

Datum: 8 maart 2021