Boek over gokverslaving

16 april 2020

Als het geen coronacrisis was geweest, zou ik vandaag (16 april 2020) in een Goudse boekwinkel wat woorden hebben gesproken tijdens de presentatie van Parre. Hoe een Veluwse boerenzoon in de greep raakt van een verslaving. De schrijver, Arjan van Essen, had mij gevraagd dat te doen. De bijeenkomst gaat in verband met de coronamaatregelen niet door; daarom zeg ik graag in dit blog wat over dit boek.

Arjan van Essen schreef een roman waarin de ik-figuur steeds verder verstrikt raakt in een verwoestende gokverslaving. Het is een roman, dus fictie, maar op de achterflap staat dat Arjan van Essen zich bij het schrijven van dit boek liet inspireren door zijn eigen levensverhaal. Met zijn coming out uit als gokverslaafde verscheen hij eerder op radio en tv. Arjan van Essen maakte ook een theatervoorstelling over hoe hij zijn gokverslaving na 25 jaar overwon (zie ook www.arjanvanessen.nl).

Het paasweekeinde heb ik benut om het boek te lezen en ik spreek op deze plaats graag mijn complimenten uit aan het adres van de schrijver. In het boek wordt beschreven hoe de ik-figuur al op jonge leeftijd in aanraking komt met gokken. Zo spijbelt hij van school en gaat dan gokken op gokkasten in een chauffeurscafé. Ook heeft hij een oudere broer die hem meeneemt naar speelhallen. Het gaat van kwaad tot erger. Beschreven worden de euforie van de eerste winst, de spanningen die van de ik-figuur afglijden bij binnenkomst in een casino, het geld lenen onder valse voorwendselen, het steeds verder ‘vast’ komen te zitten, het liegen en bedriegen, het gevecht dat een gokverslaafde voortdurend in zijn hoofd voert met zichzelf – de lezer gaat (voor zover mogelijk) snappen hoe het gokverslaafde brein werkt. Op pagina 258 staat: ‘Ik merk dat gokken verder van mensen af staat dan drank, drugs of seks. Het heeft nu eenmaal een meer bedreigend karakter en een minder hoog aaibaarheidsgehalte’. Ik denk dat ik de ik-figuur, Parre, hierin gelijk kan geven, ook al heeft wat mij betreft geen enkele vorm van verslaving ook maar de geringste aaibaarheid; integendeel.

Het boek van Arjan van Essen heeft mij eens te meer overtuigd van het grote belang van het voorkomen van kansspelverslaving – een van de drie doelstellingen van de Kansspelautoriteit. Want het boek slaagt er heel goed in van een vrij abstract begrip - gokverslaving - levende materie te maken. En het heeft mij ook nog eens extra indringend laten zien dat het van het grootste belang is dat minderjarigen niet in aanraking komen met gokken. Het kan niet genoeg worden gezegd: heel vaak blijkt dat bij gokverslaafden op jonge leeftijd het zaadje is geplant; bij Parre was dat ook zo. Daarnaast is mij ook nog eens gebleken dat de wettelijke zorgplicht die kansspelaanbieders hebben, goed nageleefd moet worden. Op pagina 225 vraagt de parkeerwacht van het casino aan Parre of het wel goed met hem gaat. Even verderop: ‘Ik bedacht dat deze parkeerwacht meer kaas gegeten had van de menselijke geest dan de rest van het casinopersoneel’. Dat zou niet zo mogen zijn.

Ik feliciteer Arjan van Essen van harte met de publicatie van zijn boek!

René Jansen