Koa-aanvraag

De Kansspelautoriteit (Ksa) bereidt zich voor op de behandeling van aanvragen voor online kansspelvergunningen in het kader van de Wet Kansspelen op afstand (Koa). Aanvragen kunnen waarschijnlijk met ingang van 1 juli 2020 worden ingediend. De online markt gaat dan met ingang van 1 januari 2021 open. Om het vergunningenproces efficiënt en soepel te laten verlopen, informeert de Ksa hierbij marktpartijen alvast op hoofdlijnen over welke informatie straks wordt gevraagd.

Het doel hiervan is dat partijen die een vergunning willen aanvragen, zich kunnen voorbereiden. Dat komt een soepele gang van zaken straks ten goede.

Wijze van aanvragen

Aanvragen verlopen digitaal en in de Nederlandse taal. Een aanvraag gaat ongeveer 45.000 euro kosten. Als de vergunning niet wordt verleend, vindt geen teruggave plaats. Aanvragen worden alleen behandeld als ze volledig zijn ingevuld, de identiteit van de aanvrager duidelijk is en betaling heeft plaatsgevonden. Bij sommige vragen zal worden gevraagd om bewijsstukken te uploaden. Let op: informatie moet zo beknopt als mogelijk worden aangeleverd. Als meer informatie dan nodig wordt aangeleverd, kan dit tot gevolg hebben dat de Ksa de aanvraag niet voor 1 januari 2021 kan afronden.

De Koa-aanvraag bevat zeven modules. Hierna per module de hoofdlijnen.

Module A – Algemene informatie

In deze module wordt gevraagd naar het type kansspel waarvoor een vergunning wordt aangevraagd. Verder wordt in deze module onder meer gevraagd naar de rechtsvorm, of er beursnoteringen zijn en adres- en contactgegevens.

Module B – Betrouwbaarheid

In deze module gaat het over de integriteit van de aanvrager, een aantal van zijn leidinggevende medewerkers en zijn relaties. Aanvragers worden onderworpen aan een toets in het kader van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). Met een Bibob-onderzoek wordt onderzocht of de aanvrager criminele antecedenten heeft. In deze module wordt onder meer informatie gevraagd over vermogen, schulden, betrokkenheid bij andere bedrijven, groepsstructuren en organogrammen.

Module C – Deskundigheid

In deze module moet de aanvrager aantonen dat de beleidsbepalers en leidinggevende functionarissen over voldoende expertise beschikken en dat de expertise in de onderneming is geborgd. Het personeels- en trainingsbeleid komt hier aan de orde.

Module D – Financiën

In deze module komt de financiële huishouding van de aanvrager aan de orde. Hoe worden de spelerstegoeden afgeschermd? Hoe is de continuïteit van de onderneming gewaarborgd? In dit verband wordt er ook om een financiële garantstelling gevraagd van naar verwachting 830.000 euro. Dit is om zeker te stellen dat belasting, kansspelheffing en eventuele boetes betaald kunnen worden.

Module E – Consumentenbescherming

In deze module komen marketing en reclame, voorlichting en informatieverstrekking, klachtenafhandeling, verslavingspreventie en spelersidentificatie aan de orde. Bij al deze onderwerpen wordt gevraagd het beleid inzichtelijk te maken, hoe de processen worden gemonitord, wat er gebeurt aan risicobeheersing en hoe eventuele fouten worden hersteld en in het vervolg voorkomen.

Module F – Bedrijfsprocessen

In deze module gaat het om:

  • Welke keuringen er zijn wat betreft spel- en ict-systemen;
  • Welke bedrijfsprocessen zijn uitbesteed en hoe controle daarop plaatsvindt;
  • Hoe mogelijke matchfixing wordt gesignaleerd (indien sportweddenschappen worden aangeboden);
  • De integriteit van de eigen medewerkers;
  • Hoe betaaltransacties verlopen;
  • Hoe controles plaatsvinden in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen (Wwft) en de Sanctiewet.

Net als bij module E geldt: Bij al deze onderwerpen wordt gevraagd het beleid inzichtelijk te maken, hoe de processen worden gemonitord, wat er gebeurt aan risicobeheersing en hoe eventuele fouten worden hersteld en in het vervolg voorkomen.

Module G – Digitale communicatie

De twee onderwerpen die in deze module aan de orde komen zijn het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) en de Controle Databank (CDB). De aanvrager moet aantonen dat hij verbinding kan maken met het digitale Cruks-systeem. Ook moet de aanvrager aantonen dat er ten behoeve van de CDB tussen de aanvrager en de Ksa een digitale verbinding mogelijk is, waarbij de Ksa toegang heeft tot de data van de aanvrager. De technische voorwaarden voor het Cruks en de CDB zijn uiterlijk drie maanden voordat de aanvragen kunnen worden ingediend, bekend.